Leergulzig

Hoop cultiveren, vernedering vermijden, angst overwinnen, vertrouwen scheppen en optimisme uitstralen. Over wat me beroert en wat me ontroert.


3 reacties

Nieuwjaarke zoete

Nieuwjaarsbrieven, nieuwjaarspeeches, nieuwjaarswensen, nieuwjaarke zoete….

Inspiratie zoeken en vinden. Dit jaar vond ik het in het boek Het prachtige risico van onderwijs van Gert Biesta. Een niet gemakkelijk leesbaar boek maar één met duidelijke inzichten over wat onderwijs is of toch zou moeten zijn.

Ik vond ook een zeer duidelijke uiteenzetting over de inzichten van Gert Biesta in de blog ‘Meer aandacht voor socialisering en persoonsvorming – hoe ziet dat er uit?’ |  geschreven door Hester IJsseling ( www.hesterij.blogspot.nl ) gepost op Blogcollectief Onderzoek Onderwijs van 18 december 2015 door Dick van der Wateren. Hester bood me de woorden waar ik naar zocht om jullie voor jullie werk in onderwijs te bedanken bij de aanvang van dit nieuwe jaar 2016.

Ik ben zo vrij enkele passages hieruit te citeren omdat ik ze zelf niet beter kan gezegd krijgen.

Laten we wat dieper ingaan op het lesgeven. Kwalificatie heeft te maken met het wat: wat willen we kinderen leren. We willen ze lesgeven in lezen en schrijven, spellen en rekenen. Er zijn verschillende manieren waarop je dat kunt doen. In de manier waarop we lesgeven zit altijd impliciet een mensbeeld verborgen en een idee over wat goed is voor kinderen.

Om mee te kunnen doen in de wereld moet je kunnen lezen, schrijven en rekenen. Dat is de basis, en die leren kinderen op de basisschool. Omdat ze die dingen in groepsverband leren, leren kinderen op school ook met elkaar omgaan in groepen. Daar merken ze dat ze verschillen van andere kinderen. Zo beginnen kinderen op school te ontdekken wie ze zijn, hoe ze verschillen van anderen en hoe ze zich verhouden tot anderen.Je zou die verschillende met elkaar verweven facetten van het onderwijs kunnen onderscheiden als drie domeinen: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Deze drieslag van Gert Biesta biedt ons een vocabulaire waarmee we verdieping kunnen brengen in het gesprek over onderwijs. Maar als we concreet proberen te maken wat die termen betekenen, blijkt dat nog niet zo eenvoudig.

Velen zeggen dat er meer gedaan moet worden aan socialisatie en persoonsvorming. Het probleem is niet zozeer dat er meer aan gedaan moet worden, maar dat we ons bewuster zouden moeten verhouden tot wat daar – altijd al – gebeurt. We hebben er te weinig oog voor, en te weinig taal om erover te spreken en te denken.Het onderwijs heeft op die drie domeinen namelijk altijd invloed. Ook als je jezelf als leraar geen expliciete doelen stelt buiten het domein van de kwalificatie, heeft je onderwijs effect op het vlak van socialisering en persoonsvorming. Als we zorg willen dragen voor een goede balans tussen de drie domeinen, dan is het van belang te leren zien wat er gebeurt in de relatie tussen kinderen en leraren op school. Hoe verhouden ze zich op school tot zichzelf en tot de ander? Welke rol speelt ons pedagogisch handelen daarin? En wat streven we daarin na?

Lezen, schrijven en rekenen – in de eerste plaats zijn dat kwalificaties. Dingen die je moet kunnen. Het zijn ook de vakken die op school regelmatig getoetst worden, met gestandaardiseerde toetsinstrumenten. De meetbare aspecten van taal en rekenen worden zichtbaar gemaakt met harde cijfers. Met de juiste scores kun je je kwalificeren voor deelname aan de maatschappij. Om met elkaar te spreken over kwalificatie is kortom een uitgebreid vocabulaire en instrumentarium voorhanden. Voor socialisering en persoonsvorming is dat niet het geval.

In de manier waarop we over onderwijs spreken, hoe we lesgeven, hoe we toetsen en hoe we onderzoek doen, vellen we bedoeld of onbedoeld een oordeel over datgene waar we waarde aan hechten. Met wat we daarmee voorleven, geven we richting aan de manier waarop en de ruimte waarin kinderen op school zich ontwikkelen. Op dit moment voeren cijfers de boventoon in het spreken over onderwijs. De vraag is, of dat wenselijk is.

Het is belangrijk dat leraren die verborgen opvattingen expliciet maken. Daartoe hebben we taal nodig die waarneembaar en denkbaar en bespreekbaar maakt wat we doen en wat er gebeurt, taal om te benoemen wat we nastreven, en taal waarmee we kunnen onderzoeken of wat we doen in overeenstemming is met wat we nastreven. Voor een goede balans tussen de drie domeinen moeten we daarom niet alleen naar het wat kijken, maar ook naar het hoe en het waartoe, en daar woorden voor vinden.

Wat je doet – rekenen, spellen, lezen, lopen op de trap, buitenspelen, omgaan met materiaal – is nooit een kwestie van alléén kwalificatie, of alléén socialisatie of alléén persoonsvorming, maar heeft steeds die verschillende met elkaar verweven aspecten. Elke beslissing die je in de klas neemt – elke keuze die je maakt in de manier waarop je kinderen aanspreekt, lessen vormgeeft, stof behandelt – houdt een oordeel in. Een oordeel over wat in het hier en nu nodig is. En elk oordeel verraadt iets over de waarden en opvattingen die aan al die kleine beslissingen die je neemt ten grondslag liggen. Het verraadt wat jij goed en belangrijk vindt als leraar. Ook als je je daarvan helemaal nog niet bewust bent.Om een goede leraar te zijn, die in haar onderwijs het evenwicht bewaart tussen kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming, is het belangrijk om dat te onderzoeken en onder woorden te brengen, en erover in gesprek te gaan met je collega’s, met de kinderen, met ouders. Te onderzoeken wat het dan is, wat jij belangrijk vindt en wat je met elkaar als schoolteam belangrijk vindt. Of je daar, zodra je je ervan bewust bent, ook volmondig voor kiest en voor staat. En welke consequenties dat heeft voor de vormgeving van je onderwijs, voor de manier waarop je les geeft en hoe je met de kinderen (en collega’s en ouders) omgaat.

Wat voor mensen zou je willen dat de kinderen die je onder je hoede hebt uiteindelijk worden? Welke kwaliteiten en attitudes zouden ze hebben als wat je voor ogen hebt, lukt? Vind je het belangrijk dat kinderen gehoorzamen aan het gezag van ouderen? Vind je het belangrijk dat kinderen discipline ontwikkelen, en leren hun eigen wil in toom te houden? Of staat voor jou mondigheid voorop, en zelfverantwoordelijkheid, zelfvertrouwen, initiatief, nieuwsgierigheid? Hecht je in de eerste plaats waarde aan betrokkenheid bij anderen, aandacht voor de dingen, zorg voor de omgeving, vertrouwen? Of staan identiteit, zelfontplooiing en talentontwikkeling voor jou bovenaan? Wat versta jij onder volwassenheid? En dan: Hoe verhouden zich jouw waarden tot de waarden van je collega’s? Kun je het als team samen eens worden? En met de ouders? De kinderen?

Een belangrijk aspect van persoonsvorming is, steeds opnieuw de vraag te stellen of de veronderstelde common sense wel zo common is. Wie sluiten we daarmee buiten? Daarbij is het de vraag of wat gebruikelijk is, ook wenselijk is. Persoonsvorming heeft te maken met de vrijheid en de verantwoordelijkheid om te kiezen: volg je het protocol, de kudde, het gebaande pad, of wijk je ervan af? Verantwoordelijkheid nemen betekent: nooit gedachteloos zomaar wat doen omdat je het altijd al zo deed of omdat het ‘moet’. En altijd met enige argwaan kijken naar de ‘wij’ in ‘zo doen wij dat hier’. Want wie zijn die wij, en wie hoort daar niet bij?In het onderwijs is de vraag die zich opdringt: Hoe verhouden we ons tot het gegeven dat niet iedereen hetzelfde denkt over wat gepast is – in de wereld niet, in ons land niet, maar ook niet op onze school, zelfs niet in onze klas? Het lijkt onhoudbaar te zeggen: Onze manier is de juiste manier. Beter zouden we zeggen: Laten we met elkaar de ruimte behoeden waarin we verschillend kunnen denken over wat belangrijk is, en laat ons de bereidheid tonen daarover met elkaar steeds weer het gesprek te voeren.

In mijn eigen blog Ik hoor hun stem niet… neem ik een en ander onder de loep naar aanleiding van het terreurjaar 2015. Ik eindig daar mijn blog met het volgende

De scholen die nu het OKAN-verhaal met kinderen van vluchtelingen moeten waarmaken, verdienen al onze steun.

Leerkrachten in deze scholen zijn het academisch getheoriseer meer dan moe. Zij willen een maatschappelijke erkenning. Zij zijn ervaringsdeskundigen pur sang. Geef hen een stem in dit debat, aub. Je zal maar leraar zijn in Molenbeek, Anderlecht, Schaarbeek… Een hele maatschappij kijkt nu op hen neer, alsof zij hebben gefaald. “Barslecht onderwijs, falend onderwijs,…” lieten opiniemakers zoals Jan Goossens en Montassser Alde’emeh  zich ontvallen in de media. Niets is minder waar, zij hebben al zoveel baanbrekend werk gedaan! Hou hen gedreven! Onze samenleving heeft ze nodig, nu meer dan ooit! Maar ik hoor hun stem niet….

Ook jullie maken deel uit van multiculturele scholen. Jullie lessen zijn spannende bijeenkomsten waarin jullie leerlingen zich ontwikkelen tot autonome individuen – of volwassen subjecten, in de terminologie van Biesta – die zich bewust worden van hun verhouding met de wereld. Onderwijs is daarmee een moeilijk proces, risicovol en zonder garanties. Maar een prachtig risico, georiënteerd op het mogelijk maken van een menselijk bestaan in en met de wereld. Deze multiculturele wereld die steeds complexer wordt. Dank voor al deze prachtige risico’s die jullie nemen!

Gert Biesta (1)

Gert Biesta (2)

En vergeet het niet, jullie doen ertoe!

Advertenties