Leergulzig

Hoop cultiveren, vernedering vermijden, angst overwinnen, vertrouwen scheppen en optimisme uitstralen. Over wat me beroert en wat me ontroert.


Een reactie plaatsen

Maakt de leraar het grootste verschil of het team?

Dit artikel sluit perfect aan bij de strategie van Belbin teamrollen…

DUURZAAM ONDERWIJS

We kennen de ronkende verklaringen ondertussen allemaal: “De kwaliteit van een onderwijssysteem kan nooit hoger zijn dan de kwaliteit van de leerkrachten” en “ De leraar maakt het grootste verschil”. Snel in de mond genomen, en volgens Hargreaves en Fullan ook heel snel over het paard getild. In hun boek “Professional Capital” stellen ze het heel duidelijk: de kwaliteit van individuele leerkrachten doet er inderdaad toe, maar de kracht van het lerarenteam is nog veel belangrijker.

Dat drukken ze uit in de volgende formule:

PC = f (HC, SC, DC)

In woorden uitgedrukt: het professioneel kapitaal (PC) van een school is het product van de expertise van individuele leerkrachten (HC), hun gezamenlijke sociale kapitaal (SC) en hun gezamenlijke vermogen tot besluitvoering (DC).

Dat vereist enige toelichting:

HC = Human Capital = de professionele expertise van individuele leerkrachten. Op dit vlak zijn de kernvragen: Beheerst de individuele leerkracht haar vakinhouden en…

View original post 503 woorden meer

Advertenties


1 reactie

Jouw dood smaakt camparirood

Het smaakt bitterzuur. Het krieken van die dag. Boone, Lindemans,… geen Mort Subite.

Stijlvolle levendige robijnrode Los Vascossmaken savoureren wrang.

Geen kabouterbier dat nog achter de schermen Houffalize kan doen vergeten.

Het tere gulden dauwige van delicate vlierbloesem, het jaar voordien door jou geplukt, berustend in harmonieuze champagne. Ijl gedronken in een glazen roomer, weifelend aan je lippen gezet. Fragiel was je leven geworden.

Je keek weg. Je ogen beschonken van ziltige tranen.

Bitterzoet die laatste schildluisrode afdronk. Straks zou je in de eeuwige roes verzinken.

Jouw dood smaakt camparirood.


2 reacties

Belbin teamrollen

Meer dan ooit zijn teams dynamische eenheden die in steeds minder tijd steeds beter moeten presteren. Hoe komt het toch dat veel teams zich wel een team noemen, maar nauwelijks echt samenwerken? Dat directies geen vat krijgen op al die verschillende stijlen en persoonlijkheden in het team? Dat de teamleden zich alleen maar ergeren aan het anders-zijn van anderen en zich wanhopig afvragen waarom niemand begrijpt wat zij begrijpen?

De teamrollen van Belbin geven inzicht in de kwaliteiten van de teamleden waardoor je een betere teamwerking kan bevorderen. De teamleden kunnen de verschillende talenten van elkaar beter benutten en inzetten. Het teamrolmodel van de Britse wetenschapper Meredith Belbin is hierbij één van de meest beproefde methode in de organisatiepsychologie.

Sinds april 2017  ben ik Belbin teamrollen geaccrediteerd. Ik ben een echte Belbin teamrollenfan geworden. In België begint het teamrollenmodel nu pas wat bekendheid te krijgen. In Nederland is het model dankzij o.a. Rob Groen al veel meer ingeburgerd. Ik volgde bij hem de Belbin teamrollen masterclass.

Belbin coach

Belbin certificaat

Interesse gewekt? Contacteer me maar! boone.molein@skynet.be  0474455310

 

 


Een reactie plaatsen

kleine k en kleine c

Vijftig jaar na datum vraagt men zich in de media af wat de erfenis was van de summer of love van 1967. Hele reportages in de krant en een tentoonstelling in Oostende. Ik vind het een leuke insteek, die kortbij-geschiedenis van de voorbije halve eeuw.

De golden sixties lieten hun sporen na in zowat alle gemeenten. Hét volk raakte geschoold, geëmancipeerd en geëngageerd. Ook op het vlak van kleine k en kleine c: kunst en cultuur voor en door het volk. Amateurs en kunstenaars die vrijwillig engagementen opnamen omwille van de democratisering van de kunsten. Misschien is die onbaatzuchtige culturele ontvoogding nog wel de grootste erfenis uit de flower-power-periode. Denk maar aan de Gentse feesten jaren zestig-zeventig met wijlen beeldhouwer-zanger Walter De Buck, toen met Paula Monsart in commune- en hippie-stijl woonachtig in Merelbeke.

In Merelbeke was er een cultuurraad opgericht en werd in 1971 ‘Atelier 71’ boven de doopvont gehouden. Enkele hobbyïsten stelden in het huis van de familie Hebbelinck langs de Hundelgemsesteenweg een tentoonstelling op ter gelegenheid van de grote kermis. En van het een kwam het ander. Zoveel talent verdiende een gestructureerde aanpak. In 1971-1972 startte in de schoot van de cultuurraad een opleiding tekenen onder de deskundige leiding van Etienne Van de Velde, leraar-kunstenaar aan Sint-Lucas Instituut te Gent. Ze vonden onderdak in het stempellokaal van de RVA achter het toenmalig gemeentehuis. De heer Dries De Bock nam de leerling-schilders onder zijn hoede. Het ‘dopkot’ werd te klein en de groep trok naar klaslokalen in het GITO.  De woensdagavond werd dé avond waar alle deelnemers naar uitkeken. Onder de vele zelfstandigen die zo hun hobby konden beleven, bevond zich mijn moeder Hugette Rouan. Het is voor haar dat ik deze blog schrijf omdat zij een ode wil brengen aan zoveel vrijwillige engagementen van leraren-kunstenaars die Merelbeke rijk was. Etienne Van De Velde, woonachtig in de Kloosterstraat, is nog een van de weinigen die er kan van getuigen. Overleden zijn Dries De Bock leraar plastische opvoeding aan het GITO, Guido De Graeve schilder-glazenier en leraar aan de tuinbouwschool Melle, Godard Martens leraar aan Sint-Paulus, Nolle Versyp illustrator-graphicus en acteur, Jan Verwest schilder-beeldhouwer,… . Allemaal trotse kunstenaars die zich niet door overheden lieten dwarsbomen.

Mijn moeder heeft geen woensdagavond gemist. Er mocht van alles gebeuren in de bakkerij of in haar gezin maar gaan tekenen deed ze. Ze werd een fervente voorvechtster van de kleine k en kleine c. Er dienden zich steeds meer amateurs aan zodat ze moesten uitwijken naar de refter van de lagere school in de Kloosterstraat. Ook ‘de schilders’ o.l.v. Dries De Bock en de muziekacademie o.l.v. koster-organist Alfons Volckaert en Sylveer Reunes vonden er hun onderkomen.

Muziekacademie Merelbeke

Merelbeke: tekenclub Pro Arte op bezoek bij de muziekacademie met dirigent Silveer Reunes en Alfons Volckaert aan de piano. (H. Rouan)

En plots met de verkiezingen in aantocht in 1978 werden de subsidies voor de kleine k en kleine c geschrapt. De ‘tekenaars’ o.l.v. Etienne Van De Velde hebben dan maar hun eigen kleine k en kleine c opgericht: “Pro Arte” – kan het symbolischer! Een overheid kan talent niet tegenhouden! Ze waren niet te stoppen en dit privé-initiatief vond een nieuwe locatie in de kantine van voetbalclub Union aan de Gaversesteenweg. De ‘schilders’ vonden als Atelier 71 een onderkomen achteraan een kruidenierszaak, latere locatie van een ziekenkas, in de Poelstraat. De sportieve initiatieven in de voetbalclub, waar mijn vader Jozef Molein bij betrokken was, raakten overbevolkt en de tekenclub verloor alweer zijn locatie. Gevolg: een eeuwige zoektocht binnen en buiten Merelbeke naar ruimte voor hun hobby, hun talent. Met op gezette tijden een tentoonstelling hier of daar. Museabezoeken in binnen- en buitenland om inspiratie te halen en echte kunst te doorgronden. Met vaste en wisselende leden waaronder Marc Detelder, Jenny De Paepe-Van der Heyden, Maurice Vyncke, Robert De Leeuw, Hugo Brackenier, Van Damme, Octaaf Meiresonne, Gilbert Van Driessche, De Clercq, Willy Van Beveren, … .

Wat de leraren-kunstenaars hun volwassen leerlingen vooral leerden was het leren ‘kijken’. Alle kunst begint bij ‘kijken’ en ‘zien’.

Jong meisje

Tekenen naar levend model. (H. Rouan)

De overgebleven Pro-Arte leden zijn hoogbejaard maar dragen de kleine k en de kleine c nog steeds in hun grote hart ‘voor de kunst’. Ze kunnen er nog een boompje over opzetten! Afwachten wie in Merelbeke de fakkel van de kleine k en kleine c overneemt… Alleen met een toekomstig gebouw voor cultuur (?)  blaas je kleine k en kleine c geen nieuw leven in.

 


1 reactie

Ik ben mens in de 21ste eeuw. Mag ik ook fier zijn?

De immateriële waarden, die we vanzelfsprekend vonden en waar we veel minder bij stilstonden, hebben nog nooit zo voor controverse gezorgd als tegenwoordig. Het niet meer kennen, erkennen en herkennen van de kortbij geschiedenis van de gewone man uit de 20ste eeuw  in vele debatten die vandaag worden gevoerd, is medeoorzaak dat zoveel mensen misnoegdheid ventileren via sociale media. Deze uitlatingen zijn bijlange niet zo beladen bedoeld maar zijn een symptoom van een huidige tijdsgeest van politiek correct denken die de verwezenlijkingen van vorige generaties niet meer uitdrukkelijk valoriseert.

We hadden het allemaal zo wel wat voor mekaar. Iedere generatie keek enerzijds met waardering naar de voornamelijk zware en lastige arbeid van vorige generaties en anderzijds met wat scepsis naar de verwezenlijkingen en uitspattingen ervan. Jongere generaties trachtten met de nodige creativiteit, omwille van de economische terugval, bestaande structuren kritisch te bekijken en een en ander naar  hun digitale hand te zetten. We dachten dat de wetten en de gedragscodes nog wel verfijning konden gebruiken maar al bij al was er in dit land van melk en boter heel veel goed geregeld geraakt. Uit de 2 wereldoorlogen had men toch wel lessen getrokken. Mijn 84-jarige moeder, maatschappijkritisch, intelligent, belezen en bevlogen kan het niet meer bevatten. Zij hadden als naoorlogse generatie het land terug vorm gegeven, voor kinderen en ouderen gezorgd, hadden de carrières van hun echtgenoten gesteund, hadden een eigen huis verworven en daarbij ook nog gespaard voor hun oude dag. Ze hadden hun eigen moestuin om de noodzakelijke voeding zoveel mogelijk zelf te telen, hadden hun burgerplichten zoals legerdienst uitgevoerd, hadden zijdelings nog engagementen in sport- en non-profit organisaties uitgebouwd en mantelzorg en vrijwilligerswerk ter harte genomen. Gastarbeiders waren deelgenoot gemaakt in de economische heropbloei. Ze werden massaal toegelaten, mochten aan gezinshereniging doen. Onderwijs werd gedemocratiseerd voor jongens en voor meisjes. De vrouwenemancipatie zorgde ervoor dat gelijke rechten voor vrouwen werden afgedwongen. Kinderrechten werden evenzeer ernstig genomen.  Het toerisme bracht andere culturen in beeld en sloop onze voedingsgewoonten binnen en ga zo maar door…. Ook de Kerk moest een en ander met lede ogen zien gebeuren maar er was geen weg terug… Mijn moeder zegt het op haar manier: ‘De vrouwen – dankzij wetenschappelijke uitvindingen als dé pil – hebben in de jaren zeventig de poten van de heilige stoel weten af te zagen’. Op korte tijd leek een hele maatschappij zich opnieuw te hebben uitgevonden in het ‘vrije Westen’.

Met rasse schreden koos men met vallen en opstaan voor een meer democratische weg, de weg van de zogenaamde Verlichting: vrijheid, broederlijkheid en gelijkheid.

En plots of althans zo lijkt het wel, veranderde de wereld terwijl we er bijstonden en ernaar keken. Ook ‘onze’ wereld werd opgeslorpt in een negatieve spiraal van angst voor de andere, voor godsdienstvrijheid, voor…. Langs alle kanten, zij het links, zij het rechts of middenveld, worden commentaren en opinies uitgestrooid over de gebeurtenissen die de wereld in de ban houden. Het lijkt of alle houvast die men had opgebouwd wordt met de grond gelijk gemaakt. Nooit eerder worden begrippen als respect, democratie, solidariteit, tolerantie, mensenrechten, verdraagzaamheid, discriminatie, racisme, vergevingsgezindheid, naastenliefde, onbaatzuchtigheid… zo uitgehold of verkeerd uitgelegd. Interpretaties worden te pas en te onpas naar elkaars hoofd geslingerd. Hele generaties hadden de definities en reikwijdtes van deze begrippen via toegepaste initiatieven uit velerlei hoeken zoals onder andere katholieke godsdienst, zedenleer of humanisme aangeleerd gekregen en ten uitvoer gebracht. Hele generaties hadden zich hiervoor onbaatzuchtig geëngageerd in meerdere organisaties die daar de zichtbare uitlopers van waren.

Nu worden al deze begrippen op hun inhoud gepakt en onder druk geplaatst. Zelfs justitie, meester in het definitie-denken en het werken met gedetailleerde wettelijke vastgestelde begripsomschrijvingen, kan niet meer volgen en laat zaken gebeuren waar de publieke opinie niet meer bij kan. Straffeloosheid lijkt eerder regel dan uitzondering. Politie weet niet meer hoe het zichzelf, laat staan de burger kan beschermen. Het leger lijkt als uiterst verdedigingssysteem enkel ingezet te kunnen worden om in uniform uitgedost te paraderen en te surveilleren. Alle ontzag en gezag lijkt uit deze systemen te zijn gesmolten als sneeuw voor de zon. Rechtsregels lijken op drijfzand te zijn gebouwd. Bieden cultuur-christelijke invloeden in onze wetten dan geen houvast meer? Islam lijkt nooit eerder zo dreigend te zijn geweest als tegenwoordig omdat het lijkt dat het eeuwenoude principes wil afdwingen en op basis van oude geschriften de klok wil terugdraaien. De Koran als teletijdmachine naar middeleeuwse praktijken en achterhaalde visies om moslims te indoctrineren en niet-moslims te schofferen. Opiniemakers spuwen zonder gêne vingerwijzingen rond zodat ieder weldenkend mens zich met alle schuld voor zoveel onheil moet beladen. Zelfs onderwijs, dat in alle grootsteden al decennialang  aan leerlingen, van welke origine of  gezinssamenstelling dan ook, alle ontwikkelkansen probeert te geven en waarbij leraren tot het uiterste worden gedreven, wordt met een pennentrek vernederd en onderuit gehaald.

Hoe is het in godsnaam zo ver kunnen komen? Hoelang moeten we nog figuurlijk in de media om de oren worden geslagen met verwijten uit alle windstreken? Wanneer maken we met zijn allen een vuist om te zeggen: deze hetze moet stoppen! Wanneer pakken we onze fierheid terug op over alles wat we samen verwezenlijkt hebben en nog zullen realiseren? Wanneer zijn we weer trots op onze merites? De politici, de ambtenaren, de zorgarbeiders, de politie, de justitie, de leraren, de man en de vrouw die dagelijks gewoon in eer en geweten zijn/haar werk doen in ons aller maatschappelijk belang…. .

Het gaat niet om de discussie ‘Ik ben Vlaming. Mag ik ook fier zijn?’. Het gaat om mens-zijn na 21 eeuwen moeizame beschaving. En daar ben ik fier op.

 


Een reactie plaatsen

Over pizza’s en werkpostfiches

Preventiekronkels

bron foto: daroberto.nl bron foto: daroberto.nl

De werkpostfiche. Wat een gedrocht. Sinds kort ben ik meer dan vertrouwd met de interimsector. En in het “regelende KB” is de werkpostfiche nog altijd hot. Je moet je dat eens voorstellen, zo’n fiche. Een belediging voor de geschoolde preventieadviseur niveau I of II, een enigma voor de kleine zaakvoerder. Enkel ambtenaren kunnen zoiets bedenken.

Stel je hebt een pizzeria en je wilt een student voor het weekend. Je maakt je rekening, vraagt een offerte bij een lokaal interimkantoor en denkt dat het zo makkelijk geregeld is. Tot… de werkpostfiche.

“Wat zijn de risico’s?”, is nog een quasi volzin die je min of meer kan begrijpen. Maar wat versta je onder de holle woorden “Heffen en tillen”, “temperatuur” of “chemische agentia”… tja. Is een pizza rondzwaaien “heffen en tillen”? En die oven is natuurlijk warm. ’s Winters moet die student ook de vuilniszakken buiten zetten achteraf. En…

View original post 308 woorden meer


3 reacties

Nieuwjaarke zoete

Nieuwjaarsbrieven, nieuwjaarspeeches, nieuwjaarswensen, nieuwjaarke zoete….

Inspiratie zoeken en vinden. Dit jaar vond ik het in het boek Het prachtige risico van onderwijs van Gert Biesta. Een niet gemakkelijk leesbaar boek maar één met duidelijke inzichten over wat onderwijs is of toch zou moeten zijn.

Ik vond ook een zeer duidelijke uiteenzetting over de inzichten van Gert Biesta in de blog ‘Meer aandacht voor socialisering en persoonsvorming – hoe ziet dat er uit?’ |  geschreven door Hester IJsseling ( www.hesterij.blogspot.nl ) gepost op Blogcollectief Onderzoek Onderwijs van 18 december 2015 door Dick van der Wateren. Hester bood me de woorden waar ik naar zocht om jullie voor jullie werk in onderwijs te bedanken bij de aanvang van dit nieuwe jaar 2016.

Ik ben zo vrij enkele passages hieruit te citeren omdat ik ze zelf niet beter kan gezegd krijgen.

Laten we wat dieper ingaan op het lesgeven. Kwalificatie heeft te maken met het wat: wat willen we kinderen leren. We willen ze lesgeven in lezen en schrijven, spellen en rekenen. Er zijn verschillende manieren waarop je dat kunt doen. In de manier waarop we lesgeven zit altijd impliciet een mensbeeld verborgen en een idee over wat goed is voor kinderen.

Om mee te kunnen doen in de wereld moet je kunnen lezen, schrijven en rekenen. Dat is de basis, en die leren kinderen op de basisschool. Omdat ze die dingen in groepsverband leren, leren kinderen op school ook met elkaar omgaan in groepen. Daar merken ze dat ze verschillen van andere kinderen. Zo beginnen kinderen op school te ontdekken wie ze zijn, hoe ze verschillen van anderen en hoe ze zich verhouden tot anderen.Je zou die verschillende met elkaar verweven facetten van het onderwijs kunnen onderscheiden als drie domeinen: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Deze drieslag van Gert Biesta biedt ons een vocabulaire waarmee we verdieping kunnen brengen in het gesprek over onderwijs. Maar als we concreet proberen te maken wat die termen betekenen, blijkt dat nog niet zo eenvoudig.

Velen zeggen dat er meer gedaan moet worden aan socialisatie en persoonsvorming. Het probleem is niet zozeer dat er meer aan gedaan moet worden, maar dat we ons bewuster zouden moeten verhouden tot wat daar – altijd al – gebeurt. We hebben er te weinig oog voor, en te weinig taal om erover te spreken en te denken.Het onderwijs heeft op die drie domeinen namelijk altijd invloed. Ook als je jezelf als leraar geen expliciete doelen stelt buiten het domein van de kwalificatie, heeft je onderwijs effect op het vlak van socialisering en persoonsvorming. Als we zorg willen dragen voor een goede balans tussen de drie domeinen, dan is het van belang te leren zien wat er gebeurt in de relatie tussen kinderen en leraren op school. Hoe verhouden ze zich op school tot zichzelf en tot de ander? Welke rol speelt ons pedagogisch handelen daarin? En wat streven we daarin na?

Lezen, schrijven en rekenen – in de eerste plaats zijn dat kwalificaties. Dingen die je moet kunnen. Het zijn ook de vakken die op school regelmatig getoetst worden, met gestandaardiseerde toetsinstrumenten. De meetbare aspecten van taal en rekenen worden zichtbaar gemaakt met harde cijfers. Met de juiste scores kun je je kwalificeren voor deelname aan de maatschappij. Om met elkaar te spreken over kwalificatie is kortom een uitgebreid vocabulaire en instrumentarium voorhanden. Voor socialisering en persoonsvorming is dat niet het geval.

In de manier waarop we over onderwijs spreken, hoe we lesgeven, hoe we toetsen en hoe we onderzoek doen, vellen we bedoeld of onbedoeld een oordeel over datgene waar we waarde aan hechten. Met wat we daarmee voorleven, geven we richting aan de manier waarop en de ruimte waarin kinderen op school zich ontwikkelen. Op dit moment voeren cijfers de boventoon in het spreken over onderwijs. De vraag is, of dat wenselijk is.

Het is belangrijk dat leraren die verborgen opvattingen expliciet maken. Daartoe hebben we taal nodig die waarneembaar en denkbaar en bespreekbaar maakt wat we doen en wat er gebeurt, taal om te benoemen wat we nastreven, en taal waarmee we kunnen onderzoeken of wat we doen in overeenstemming is met wat we nastreven. Voor een goede balans tussen de drie domeinen moeten we daarom niet alleen naar het wat kijken, maar ook naar het hoe en het waartoe, en daar woorden voor vinden.

Wat je doet – rekenen, spellen, lezen, lopen op de trap, buitenspelen, omgaan met materiaal – is nooit een kwestie van alléén kwalificatie, of alléén socialisatie of alléén persoonsvorming, maar heeft steeds die verschillende met elkaar verweven aspecten. Elke beslissing die je in de klas neemt – elke keuze die je maakt in de manier waarop je kinderen aanspreekt, lessen vormgeeft, stof behandelt – houdt een oordeel in. Een oordeel over wat in het hier en nu nodig is. En elk oordeel verraadt iets over de waarden en opvattingen die aan al die kleine beslissingen die je neemt ten grondslag liggen. Het verraadt wat jij goed en belangrijk vindt als leraar. Ook als je je daarvan helemaal nog niet bewust bent.Om een goede leraar te zijn, die in haar onderwijs het evenwicht bewaart tussen kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming, is het belangrijk om dat te onderzoeken en onder woorden te brengen, en erover in gesprek te gaan met je collega’s, met de kinderen, met ouders. Te onderzoeken wat het dan is, wat jij belangrijk vindt en wat je met elkaar als schoolteam belangrijk vindt. Of je daar, zodra je je ervan bewust bent, ook volmondig voor kiest en voor staat. En welke consequenties dat heeft voor de vormgeving van je onderwijs, voor de manier waarop je les geeft en hoe je met de kinderen (en collega’s en ouders) omgaat.

Wat voor mensen zou je willen dat de kinderen die je onder je hoede hebt uiteindelijk worden? Welke kwaliteiten en attitudes zouden ze hebben als wat je voor ogen hebt, lukt? Vind je het belangrijk dat kinderen gehoorzamen aan het gezag van ouderen? Vind je het belangrijk dat kinderen discipline ontwikkelen, en leren hun eigen wil in toom te houden? Of staat voor jou mondigheid voorop, en zelfverantwoordelijkheid, zelfvertrouwen, initiatief, nieuwsgierigheid? Hecht je in de eerste plaats waarde aan betrokkenheid bij anderen, aandacht voor de dingen, zorg voor de omgeving, vertrouwen? Of staan identiteit, zelfontplooiing en talentontwikkeling voor jou bovenaan? Wat versta jij onder volwassenheid? En dan: Hoe verhouden zich jouw waarden tot de waarden van je collega’s? Kun je het als team samen eens worden? En met de ouders? De kinderen?

Een belangrijk aspect van persoonsvorming is, steeds opnieuw de vraag te stellen of de veronderstelde common sense wel zo common is. Wie sluiten we daarmee buiten? Daarbij is het de vraag of wat gebruikelijk is, ook wenselijk is. Persoonsvorming heeft te maken met de vrijheid en de verantwoordelijkheid om te kiezen: volg je het protocol, de kudde, het gebaande pad, of wijk je ervan af? Verantwoordelijkheid nemen betekent: nooit gedachteloos zomaar wat doen omdat je het altijd al zo deed of omdat het ‘moet’. En altijd met enige argwaan kijken naar de ‘wij’ in ‘zo doen wij dat hier’. Want wie zijn die wij, en wie hoort daar niet bij?In het onderwijs is de vraag die zich opdringt: Hoe verhouden we ons tot het gegeven dat niet iedereen hetzelfde denkt over wat gepast is – in de wereld niet, in ons land niet, maar ook niet op onze school, zelfs niet in onze klas? Het lijkt onhoudbaar te zeggen: Onze manier is de juiste manier. Beter zouden we zeggen: Laten we met elkaar de ruimte behoeden waarin we verschillend kunnen denken over wat belangrijk is, en laat ons de bereidheid tonen daarover met elkaar steeds weer het gesprek te voeren.

In mijn eigen blog Ik hoor hun stem niet… neem ik een en ander onder de loep naar aanleiding van het terreurjaar 2015. Ik eindig daar mijn blog met het volgende

De scholen die nu het OKAN-verhaal met kinderen van vluchtelingen moeten waarmaken, verdienen al onze steun.

Leerkrachten in deze scholen zijn het academisch getheoriseer meer dan moe. Zij willen een maatschappelijke erkenning. Zij zijn ervaringsdeskundigen pur sang. Geef hen een stem in dit debat, aub. Je zal maar leraar zijn in Molenbeek, Anderlecht, Schaarbeek… Een hele maatschappij kijkt nu op hen neer, alsof zij hebben gefaald. “Barslecht onderwijs, falend onderwijs,…” lieten opiniemakers zoals Jan Goossens en Montassser Alde’emeh  zich ontvallen in de media. Niets is minder waar, zij hebben al zoveel baanbrekend werk gedaan! Hou hen gedreven! Onze samenleving heeft ze nodig, nu meer dan ooit! Maar ik hoor hun stem niet….

Ook jullie maken deel uit van multiculturele scholen. Jullie lessen zijn spannende bijeenkomsten waarin jullie leerlingen zich ontwikkelen tot autonome individuen – of volwassen subjecten, in de terminologie van Biesta – die zich bewust worden van hun verhouding met de wereld. Onderwijs is daarmee een moeilijk proces, risicovol en zonder garanties. Maar een prachtig risico, georiënteerd op het mogelijk maken van een menselijk bestaan in en met de wereld. Deze multiculturele wereld die steeds complexer wordt. Dank voor al deze prachtige risico’s die jullie nemen!

Gert Biesta (1)

Gert Biesta (2)

En vergeet het niet, jullie doen ertoe!